Hooikoorts
| Datum: | 23 april 2006 |
| Auteur: | Miranda Alberding, apotheekassistente, Nel Bonnema, praktijkondersteuner. |
Hooikoorts
Hooikoorts is een allergische reactie van de slijmvliezen van neus en ogen op stuifmeel van grassen, bomen en andere planten die voor de bestuiving afhankelijk zijn van de wind. Hooikoorts veroorzaakt niezen, jeukende of tranende ogen en ‘loopneuzen’.
Wat zijn de klachten?
De klachten die gepaard gaan met hooikoorts ontstaan doordat de stuifmeelkorrels die op het slijmvlies terechtkomen het afweersysteem aanzetten tot een ontstekingsreactie.
• Neusklachten
Door de activatie van het immuunsysteem ontstaat zwelling van het neusslijmvlies en ontstaan klachten die aanvankelijk lijken op een neusverkoudheid. Er ontstaat een branderig en jeukend gevoel dat zorgt voor flinke niesbuien. Ook kan een loopneus ontstaan. Door de zwelling van het slijmvlies in de neus kan de afvoer van de bijholtes naar de neus gestremd raken. Hierdoor kan een zwaar gevoel of hoofdpijn laag op het voorhoofd en rond de ogen ontstaan.
• Oogklachten
Jeukende, branderige en tranende ogen kunnen ontstaan als gevolg van het contact van het stuifmeel met het slijmvlies van de oogleden.
Andere klachten
De allergische reactie op het stuifmeel kan soms ook hoestklachten en een droog gevoel in de keel veroorzaken en zwelling en irritatie van de huid. Deze klachten komen echter relatief maar weinig voor.
Welk stuifmeel kan problemen veroorzaken?
Planten zijn voor hun voorplanting afhankelijk van bestuiving met stuifmeel. Bij veel planten en bomen wordt dit door insecten van de ene bloem naar de andere gebracht. Andere planten laten deze bestuiving over aan de wind. Om de kans op een succesvolle bestuiving zo groot mogelijk te maken worden grote hoeveelheden stuifmeel aangemaakt die bij gunstige weersomstandigheden (droog, zonnig, lichte wind) massaal in de lucht worden uitgestort.
Een groot aantal soorten stuifmeel kan de hooikoortsverschijnselen opwekken. De planten die de meeste problemen veroorzaken zijn verschillende soorten grassen, berken, wilgen en hazelaars. Maar ook andere planten zoals weegbree en bijvoet produceren stuifmeel dat hooikoorts klachten kan geven.
Welke factoren zijn van invloed?
Vanzelfsprekend is het seizoen van groot belang. De stuifmeelproducerende planten bloeien maar gedurende een betrekkelijk korte tijd. Omdat veel mensen voor meerdere soorten stuifmeel allergisch zijn is de periode dat er hooikoortsklachten zijn vaak vrij lang.
De weersomstandigheden zijn ook van belang: bij zonnig, droog weer komen meer planten in bloei en is de hoeveelheid stuifmeel in de lucht erg hoog. Tijdens een flinke regenbui neemt de hoeveelheid stuifmeel sterk af: de lucht wordt als het ware schoongespoeld. Daarom is regenachtig weer voor mensen met hooikoorts vaak juist ‘mooi weer’.
Het moment van de dag speelt ook een rol: in de vroege ochtend is er minder stuifmeel in de lucht dan in de middag en ’s avonds.
Aan de kust is er, vooral bij westen- en noordwesten wind weinig stuifmeel in de lucht aanwezig. Op het platteland en in natuurgebieden is de concentratie stuifmeel weer relatief hoog.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Er zijn twee manieren om vast te stellen of iemand hooikoorts heeft en zo ja, voor welk stuifmeel.
• De “Priktest” ( intracutane allergietest) waarbij kleine hoeveelheden extract van de allergenen op de huid worden gedruppeld, waarna met een klein lancetje door de druppel heen een minuscuul gaatje in de huid wordt geprikt. Na 10 minuten ontstaat in het geval van een allergie een galbultachtig kwaddeltje rond de prikplaats. Hoe groter de galbult, hoe sterker de allergie. Dit wordt uitgevoerd door de praktijkondersteuner van het gezondheidscentrum.
• Er kan bloed afgenomen worden waarin via de RAST-methode een allergie kan worden vastgesteld.
Hoe wordt het behandeld?
Hooikoortsklachten zijn te bestrijden met speciale medicijnen: antihistaminica. Antihistaminica voorkomen dat ontstekingsbevorderende stoffen, die voor de hooikoortsklachten verantwoordelijk zijn, in de slijmvliezen worden losgelaten. De meest bekende zijn de antihistaminica in tabletvorm, maar er zijn ook antihistaminica in de vorm van oogdruppels. Ook zijn er speciale neusdruppels en neussprays te gebruiken wanneer de klachten zich beperken tot de neus. Er zijn vele antihistaminica verkrijgbaar: ze zijn zonder recept te koop bij de apotheek of drogist.
Hoe is hooikoorts te voorkomen?
Hooikoorts is niet volledig te voorkomen omdat de planten die het allergene stuifmeel verspreiden zeer algemeen voorkomen. Contact met het stuifmeel vermijden is dus niet mogelijk. De hoeveelheid stuifmeel beďnvloedt meestal wel de ernst van de klachten. Zoals hierboven al werd aangegeven is de concentratie stuifmeel aan de kust relatief laag en op het platteland relatief hoog.
Hooikoortsberichten
Van mei tot augustus worden op radio (tijdens het weerbericht) en op teletekst dagelijks hooikoortsberichten uitgezonden. Deze hooikoortsberichten geven een voorspelling van de hoeveelheid stuifmeel in de lucht en wordt de toestand voor hooikoortspatiënten voor de volgende dag voorspeld op een schaal van ’gunstig’ tot ’ongunstig’ met enkele gradaties ertussen. Het KNMI verzorgt in samenwerking met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) tijdens het hooikoortsseizoen ook een dagelijkse voorspelling via KNMI.nl. Op de website van het LUMC wordt bovendien van dag tot dag bijgehouden hoeveel stuifmeel van welke plantensoort in de lucht is.
TIPS
• Pollen kunnen zich aan de kleding hechten en aldus gemakkelijk in contact met de neus worden gebracht. Laat de was daarom binnen drogen en lucht kleding binnen in plaats van buiten.
• Zet bij droog weer liever geen (slaapkamer)- raam open aangezien pollen dan eenvoudig naar binnen waaien en u binnenshuis klachten kunt krijgen.
• Wanneer u op vakantie gaat bedenk dan dat u aan zee minder last heeft van uw pollenallergie.
• Vermijd prikkelende stoffen zoals verflucht, sprays en tabaksrook. Hoewel u niet allergisch bent voor deze stoffen raakt uw neusslijmvlies eerder geďrriteerd dan dat van niet-allergische personen. Hierdoor kunnen ook klachten ontstaan.
• Houd de raampjes tijdens het autorijden zoveel mogelijk gesloten.
• Zet eventueel een zonnebril op tijdens het fietsen of het wandelen.
Miranda Alberding, apotheekassistente
Nel Bonnema, praktijkondersteuner
